Een trainingsblok kan eindigen zonder nieuwe vermogensrecords, ook als het fietsen goed gaat. Misschien reed je vooral lange, gelijkmatige inspanningen, terwijl je beste vijfminutenvermogen nog uit een wedstrijd in het voorjaar komt. Zonder een nieuwe zware inspanning van vijf minuten zegt dat deel van de curve weinig over het blok.

Het omgekeerde gebeurt ook: je eerste goed ingedeelde inspanning op een lange klim levert meerdere records tegelijk op. Je hebt een betere prestatie laten zien. Hoeveel daarvan door training, tempoverdeling, frisheid of eindelijk een geschikte weg kwam, vraagt om meer onderzoek.

Hoe een vermogenscurve wordt berekend

Voor elke tijdsduur neemt een curve van het maximaal gemiddelde vermogen het hoogste gemiddelde vermogen uit een aaneengesloten periode van die lengte. Je vijfminutenvermogen kan uit het midden van een langere inspanning komen. Het gaat om het gemiddelde vermogen over die hele periode, inclusief uitrollen, en niet om genormaliseerd vermogen.

Die beste periodes kunnen overlappen. Eén sterke klim van twintig minuten kan je beste vijf, tien, vijftien en twintig minuten opleveren. Vier records uit die klim zijn bewijs van één prestatie; ze vertellen niet hoe goed je die na herstel kunt herhalen.

Een seizoenscurve combineert ook verschillende dagen, apparatuur en vermoeidheidstoestanden. De punten beschrijven geen reeks inspanningen die je noodzakelijkerwijs in één rit kunt uitvoeren. Het onderzoek naar vermogensprofielen maakt een nuttig onderscheid: geregistreerde beste inspanningen beschrijven aangetoonde prestaties, terwijl het schatten van je maximale mogelijkheden passende tests vereist.

Welke tijdsperiodes je kunt vergelijken

Een curve over alle tijd of vanaf het begin van het jaar helpt bij de vraag: ‘Heb ik dit ooit eerder gedaan?’ Binnen een vast jaar kan een beste waarde alleen gelijk blijven of stijgen als je ritten toevoegt. Je ziet er geen conditieverlies mee. Een recente periode kan dat wel tonen, maar alleen als die voldoende zware inspanningen bevat om je huidige mogelijkheden zichtbaar te maken.

Stel dat je beste twintig minuten uit mei komen: 300 W. In oktober zijn je langste zware inspanningen intervallen van acht minuten. Een beste twintigminutenwaarde van 270 W in oktober is zwak bewijs van achteruitgang: je vergelijkt een maximale inspanning van twintig minuten met een toevallige periode van twintig minuten binnen die sessies.

Vergelijk trainingsblokken met periodes die vergelijkbare kansen bevatten: soortgelijke beklimmingen, tijdritten of bewust ingedeelde inspanningen van de tijdsduren die je belangrijk vindt. Kies de periode voordat je naar een gunstig resultaat zoekt. Bevat geen van beide periodes een geschikte inspanning, beoordeel die tijdsduur dan niet.

Hoe je een nieuw vermogensrecord controleert

Open de activiteit achter een nieuwe piek. Was de inspanning aaneengesloten? Bevatte de vermogensgrafiek een onwaarschijnlijke uitschieter? Ben je van vermogensmeter gewisseld? Een foutieve seconde die 1.000 W te hoog aangeeft, verhoogt bijvoorbeeld het gemiddelde over vijf seconden met 200 W. Het gemiddelde over twintig minuten stijgt met minder dan 1 W. Een plotseling sprintrecord vraagt om een andere gegevenscontrole dan een langdurige verbetering.

Gebruik waar mogelijk dezelfde vermogensbron. Een test van 54 vermogensmeters vond relevante verschillen tussen apparaten. Een paar watt winst bij de overstap van een trainer naar pedalen is aanleiding om eerst de apparaten te vergelijken voordat je conclusies trekt over je training.

Bekijk daarna de inspanning zelf. Een gelijkmatiger tempo, een koelere dag of beter uitgerust starten kan een beter resultaat verklaren. Die prestatie telt nog steeds. Als je deze onder vergelijkbare omstandigheden kunt herhalen, is zij bruikbaarder voor het bepalen van toekomstige doelen.

Schattingen van FTP en critical power

Een beste twintigminutenwaarde van 300 W levert 285 W op als je die met 0,95 vermenigvuldigt. De berekening is exact; de schatting hangt af van de test en de renner. De beste periode uit een wedstrijd hoeft bovendien niet overeen te komen met de voorbereiding en tempoverdeling van een specifieke test.

Het critical-powermodel met twee parameters laat zien waarom één tijdsduur niet het hele profiel kan beschrijven: P(t) = CP + W′ ÷ t, met tijd in seconden en W′ in joule. CP is de vermogensasymptoot van het model; W′ staat voor een eindige arbeidscapaciteit daarboven. Het model wordt afgestemd op geschikte maximale inspanningen van meerdere minuten, niet doorgetrokken naar sprints of ritten van een hele dag.

Ter illustratie: een CP van 280 W met een W′ van 24 kJ geeft 300 W over twintig minuten. Een CP van 290 W met een W′ van 12 kJ doet dat ook. Dezelfde twintigminutenprestatie past bij verschillende modelparameters. Om die te bepalen zijn inspanningen van meerdere tijdsduren nodig.

FTP en critical power worden vaak samen besproken, maar zijn niet zonder meer uitwisselbaar. Een onderzoek dat een FTP-test van twintig minuten vergeleek met critical-powertests vond een sterke correlatie, naast aanzienlijke individuele verschillen. Een sterk verband tussen renners garandeert niet dat de twee waarden voor jou overeenkomen.

Gebruik een vaste beoordelingsmethode bij het bekijken van zones en onderscheid modelschattingen van gemeten inspanningen.

Hoe je vermogenscurves gebruikt voor training

Als je evenement wordt beslist op één klim van acht minuten in frisse toestand, zijn recente zware inspanningen rond die duur relevant. Gaat het om de vijfde klim, bekijk dan eerdere herhalingen, herstelperiodes en het vermogen laat in de rit. Twee sessies kunnen dezelfde beste vijf minuten hebben, terwijl de kwaliteit van de overige intervallen sterk verschilt.

Een nuttige evaluatie eindigt met een concrete vraag voor de volgende sessie: kun je het nieuwe vermogen herhalen, langer volhouden of na meer arbeid leveren? Zie voor die laatste vraag Vermoeidheidsbestendigheid: vermogensverlies tijdens een rit meten.

Je vermogenscurve bekijken in Peak Watts

Open in een activiteit Peaks → Power (pieken → vermogen) en vergelijk met YTD Best (beste van dit jaar) om de tijdsduren te vinden die je verder wilt onderzoeken. Bekijk vervolgens de inspanning en de context voordat je beslist wat je in je training wilt veranderen.

De weergave Peaks van Peak Watts met de vermogenscurve van een activiteit en een tabel die het beste vermogen per tijdsduur vergelijkt met YTD Best.
Een activiteit vergeleken met YTD Best. Het verschil wijst op een vergelijking die onderzoek verdient; de inspanning achter elke waarde levert de context.
Download Peak Watts

Referenties

  1. Leo P, Spragg J, Podlogar T, Lawley JS, Mujika I. Power profiling and the power-duration relationship in cycling: a narrative review. European Journal of Applied Physiology. 2022;122(2):301–316. doi:10.1007/s00421-021-04833-y.
  2. Maier T, Schmid L, Müller B, Steiner T, Wehrlin JP. Accuracy of Cycling Power Meters against a Mathematical Model of Treadmill Cycling. International Journal of Sports Medicine. 2017;38(6):456–461. doi:10.1055/s-0043-102945.
  3. Karsten B, Petrigna L, Klose A, Bianco A, Townsend N, Triska C. Relationship Between the Critical Power Test and a 20-min Functional Threshold Power Test in Cycling. Frontiers in Physiology. 2021;11:613151. doi:10.3389/fphys.2020.613151.